Archives for wabo

Wetgeving rondom het aanvragen van een omgevingsvergunning

Het bouwbesluit is een AMvB welke een nadere uitwerking is van artikel 2 van de Woningwet. Het Bouwbesluit (2012) geeft dus technische voorschriften over het bouwen en de staat van bestaande bouw. Aan de hand van stuurartikelen en tabellen kan worden bepaald waaraan een bouwwerk moet voldoen. In het Bouwbesluit wordt gesproken over gebruiksfuncties van delen van een gebouw (woonfunctie, bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie, industriefunctie etc).

De WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) maakt het mogelijk om voor de oprichting van een bedrijf alles in één keer een vergunningsprocedure te doorlopen. Oftewel  één procedure, met één indieningsvereisten, één rechtsbeschermingsprocedure en handhaving door één instantie.

De manier van indienen en afhandelen van en aanvraag van een ‘omgevingsvergunning’ wordt geregeld in hoofdstuk 3 van de WABO en het op dat hoofdstuk gebaseerde Besluit omgevingsrecht (Bor) en de regeling omgevingsrecht (Mor).

Het Bor is gebaseerd op  een aantal artikelen van de Wabo, zoals artikel 1.1 3e lid van de Wet milieu beheer en artikel 40 2e lid van de Mijnbouwwet. Het Bor kent acht hoofdstukken en drie bijlagen:

  1. Definities
  2. Vergunningsplicht
  3. Bevoegd gezag
  4. Het doen van de aanvraag
  5. De inhoud van de vergunning
  6. Advies over die inhoud en andere bestuurlijke verplichtingen
  7. Organisatie van toezicht en handhaving
  8. Slotbepalingen

Hoofdstuk 4 van de Bor gaat dus over hoe de aanvraag van een omgevingsvergunning ingediend moet worden en hoofdstuk 5 geeft bevoegd gezag regels over de inhoud van een omgevingsvergunning

De MOR (Ministeriële regeling omgevingsrecht) regelt de indieningsvereisten en de kwaliteitscriteria milieuhandhaving. In de hoofdstukken 1 tot en met 8 van de Mor is aangegeven welke gegevens en bescheiden moeten worden ingediend bij een aanvraag omgevingsvergunning

Wilt u ook een omgevingsvergunning aanvragen? Wij zijn uw adviseur.

Wanneer moet u een omgevingsvergunning aanvragen en wanneer niet

Met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) heeft de Nederlandse overheid ruim 25 vergunningen vervangen door één omgevingsvergunning en de categorie vergunningsvrije bouwwerken uitgebreid. De aanvraag van een omgevingsvergunning hoeft daarmee maar één procedure te doorlopen.

Dat kan een reguliere procedure zijn, of een uitgebreide procedure. Voor de meer complexe projecten waar een belangenafweging en inspraakmogelijkheid nodig is, geldt er een uitgebreide procedure. Dit is het geval bij bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor milieu, zoals de opslag van grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen, een wijziging van een bestemmingsplan of de verbouwing van een rijksmonument.

Gaan uw bestaande rechten verloren bij verlening van een omgevingsvergunning?

Het roept nog wel eens vragen op. Als ik een nieuwe vergunning krijg, behoud ik dan nog wel mijn rechten? Kan het bevoegde gezag bij wijziging van de omgevingsvergunning milieu, de bestaande rechten inperken?

We gaan het niet mooier maken dan het is: Ja, tot op zekere hoogte kan dit (artikel 2.6, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Maar er is ook goed nieuws. In dit artikel staat dat het bevoegde gezag bij het verlenen van een revisievergunning de bestaande rechten niet al te zeer mag inperken. Eerder stond deze bepaling in de Wet milieubebeer (Wm): in het voormalige artikel 8.4 lid 3 Wm. Uit de jurisprudentie bij de Wm blijkt dat het aantasten van doorbreken van de bestaande rechten mag, wanneer de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. Anders dan onder Wm, is bij de Wabo expliciet bepaald dat ook het ingrijpen in bestaande rechten bij een revisievergunning in beginsel een recht geeft op schadevergoeding. Bij schadevergoeding gaat het om schade of kosten die redelijkerwijs niet (of niet helemaal) voor rekening van de betrokkene mogen komen. Vanwege het beginsel ‘de vervuiler betaalt’, moeten bedrijven in het algemeen zelf de kosten dragen van maatregelen in de vergunning. Ook is er geen schadevergoeding bij schade die aan de vergunninghouder zelf is te wijten, zoals het niet gebruiken van een vergunning. Verder kan het bij fasering van de vergunning of bij deelvergunningen voorkomen, dat de aanvrager de ene vergunning wel krijgt en een andere niet. Ook dan ontstaat geen recht op schadevergoeding. Maar soms leidt toepassing van het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ tot ongewenste gevolgen en is schadevergoeding wél op zijn plaats. Deze situaties zijn uitgewerkt in een Circulaire schadevergoedingen. (bron infomil)

Ook ondersteuning nodig van een adviseur WABO omgevingsvergunning?

Wat als een WABO omgevingsvergunning over gaat naar een nieuwe eigenaar.

Stel uw bedrijf heeft een WABO omgevingsvergunning en uw bedrijf gaat over in andere handen. Wat gebeurt er dan met de vergunning?

Kortweg gaat op grond van artikel 2.25, eerste lid van de Wabo, de omgevingsvergunning automatisch mee over. De omgevingsvergunning is namelijk inrichtinggebonden en niet aan een bedrijf of bedrijfsnaam gebonden. De vergunninghouder moet echter wel ten minste een maand voor de overgang een melding doen bij het bevoegd gezag (artikel 2.25, tweede lid, Wabo). Ook is er een redelijke kans dat de omgevingsvergunning moet worden aangepast. De activiteiten of de bedrijfsvoering kunnen onder het nieuwe bedrijf wel anders verlopen.

Wanneer het nieuwe bedrijf dezelfde soort activiteiten als het oude bedrijf gaat voorzetten dan kan de oude omgevingsvergunning gebruikt worden door het nieuwe bedrijf. Zijn er wijzigingen of uitbreidingen (bijvoorbeeld een grotere opslag of meer aan- en afvoer), dan is er wellicht een wijzigings-, uitbreidings- of eventueel revisievergunning nodig voor het milieugedeelte van de omgevingsvergunning. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting is niet mogelijk, omdat op één inrichting niet meerdere oprichtingsvergunningen mogen rusten. Wanneer het nieuwe bedrijf andersoortige activiteiten verricht dan het oude bedrijf dan is de oude vergunning niet meer toereikend en is het aan te bevelen een revisievergunning te verlenen. Dit kan ook bij een verandering naar volledig andere activiteiten dan genoemd in de oprichtingsvergunning. Het is dus niet nodig om eerst de vergunning in te trekken en daarna een nieuwe oprichtingsvergunning te verlenen. Ook kan het gebeuren dat het bedrijf door een verandering van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij wordt, waardoor de omgevingsvergunning milieu komt te vervallen. In dat geval is aanpassing van de omgevingsvergunning natuurlijk niet nodig. Wanneer twee afzonderlijke vergunningplichtige Wm-inrichtingen worden samengevoegd tot één inrichting is een revisievergunning (art. 2.6 Wabo) de eerst aangewezen mogelijkheid. Op het moment dat de revisievergunning voor de samengevoegde onderdelen onherroepelijk wordt, vervallen de onderliggende vergunningen en resteert er één revisievergunning. Als een inrichting wordt gesplitst in twee inrichtingen dan dient de vergunning ook gesplitst te worden. De splitsing van de vergunning kan bewerkstelligd worden door voor de afgesplitste inrichting een revisievergunning te vragen. Voor het oorspronkelijke gedeelte van de inrichting blijft dan de oorspronkelijke vergunning, minus hetgeen dat is afgesplitst en vervangen door een de revisievergunning, bestaan. Dit gedeelte kan indien nodig aangepast worden aan de nieuwe situatie door wijziging van de vergunningvoorschriften. Ook ondersteuning nodig van een adviseur WABO omgevingsvergunning?